Kruidentuin en eetbare bloemen

Hoe kweek je munt zonder dat hij de tuin overneemt

Koos van der Zee Koos van der Zee
· · 5 min leestijd

Munt is de plant die je tuin binnenslipt als je even niet kijkt. Eén potje op het balkon, en voor je het weet heeft hij je border overgenomen, je vijverrand opgezocht en zich vermenigvuldigd in elke hoek waar maar een beetje aarde te vinden is.

Inhoudsopgave
  1. Waarom munt zo'n overgave heeft
  2. De simpelste oplossing: potten
  3. Zaaien of stekken?
  4. Onderhoud: hoeveel water, hoeveel zon?
  5. De grote fout die iedereen maakt

Ik heb het zelf meegemaakt. Wat begon als een gezellig stukje op de vensterbank, eindigde als een invasie die ik pas doorzag toen ik de schoffel moest gebruiken om de paden weer zichtbaar te maken. Maar laten we even terug naar het begin.

Munt is gewoon een fantastische plant. Het ruikt heerlijk, het groeit snel, en je hebt er weinig onderhoud voor nodig.

Het probleem is alleen: hij groeit te snel. En hij verspreidt zich via ondergrondse stengels — uitlopers die je niet ziet, maar die wel overal komen. Dus hoe houd je die plant in bedwang zonder hem te doden? Dat is de kunst.

Waarom munt zo'n overgave heeft

Munt behoort tot de familie van de lipbloemen, en die planten zijn in de natuur gewend om ruigtes te koloniseren. Ze groeien niet alleen via zaad, maar vooral via hun wortelstokken.

Die stokken lopen door de grond, en overal waar ze een knoopje maken, komt er een nieuwe plant boven. In de natuur is dat slim: je verspreidt je over een groot gebied. In jouw tuin is dat een probleem.

Wat me opvalt is dat veel mensen denken dat ze het onder controle hebben.

Ze planten munt in de volle grond, en het lijkt een jaar of twee goed te gaan. Maar dan komt het derde jaar, en ineens zie je munt op plekken waar je hem nooit hebt geplant. Die uitlopers reizen gemakkelijk een meter of twee per seizoen. En ze groeien door tegels, door borders, door composthoop — je naamt het maar.

De simpelste oplossing: potten

De makkelijkste manier om munt in te potten is gewoon: potten. Serieus. Je plant munt in een pot of bak, en je laat hem daar. Geen grondcontact, geen uitlopers die ontsnappen.

Kies een pot van minstens twintig centimeter diep, want munt heeft wortels die best diep gaan.

Een standaard aarde- en compostmengeling werkt prima — je hebt geen speciale grond nodig. Eerlijk gezegd, ik heb zelf een paar jaar geleden een bak van Dille & Kamille gekocht, en die doet het nog steeds prima.

Het hoeft niet duur te zijn. Een simpele plastic pot met drainagegaten onderin is al voldoende. De belangrijkste regel is: zorg dat de pot los staat van de grond.

Wat als je hem toch in de grond wilt planten?

Niet op de grond, niet op een plank die tegen de grond raakt.

Hou hem echt los. Dan moet je creatiever worden. De beste methode die ik ken is een muntbak: je graaf een gat van zo'n dertig tot veertig centimeter diep, en je leg er plastic folie of een wortelbarrière in. Je vouwt het folie dubbel, legt het in het gat, en je vult het met aarde.

Dan plant je de munt erin. De folie houdt de uitlopers tegen.

Het is niet perfect — munt is hardnekkig genoeg om soms toch een weg te vinden — maar het werkt beter dan niets.

Je kunt ook een border gebruiken van beton of stenen. Munt groeit niet door harde materialen heen, dus als je een stenen border hebt, kun je de munt erbuiten planten en de border als muur gebruiken. Dat is trouwens een mooie oplossing voor een kleine tuin: je combineert het nuttige met het mooie.

Zaaien of stekken?

Munt uit zaad kost tijd. Het kiemt langzaam, en je hebt een warme plek nodig.

De meeste mensen kiezen daarom voor stekjes. Je snijdt een takje van zo'n tien centimeter, haalt de onderste bladeren eraf, en zet het in water. Binnen een week heb je wortels. Dan kun je starten met het kweken van kruiden in een pot zetten.

Wat ik zelf doe: ik koop altijd een plantje bij de kweker of bij de supermarkt. De zaden uit de supermarkt werken prima, trouwens.

Je hoeft geen dure merken te kopen. Een potje munt bij de supermarkt is al voldoende om te beginnen.

En als het goed groeit, kun je eenvoudig je eigen kruiden vermeerderen. Dat is veel sneller dan zaaien.

Onderhoud: hoeveel water, hoeveel zon?

Munt houdt van vochtige grond, maar hij staat niet graag met zijn poten in het water.

Dus goede drainage is belangrijk. Geef hem regelmatig water, vooral in de zomer. Als de bladeren slap hangen, heeft hij dorst.

Geef hem dan water, en binnen een uur staat hij weer rechtop. Zon of halfschaduw — munt doet het overal.

In volle zon groeit hij sneller, maar de bladeren kunnen wat grover worden.

Wat doe je met de oogst?

In halfschaduw blijft hij zachter en aromatischer. Ik hou hem liever in de halfschaduw, gewoon omdat de smaak beter is. Maar dat is persoonlijk. Snijd regelmatig takjes af.

Dat stimuleert de groeikracht, en je hebt altijd verse munt voor in je thee of salade. Laat de plant niet te lang doorgroeien zonder te snoeien — dan wordt hij taai en houterig.

Een goede regel is: snijd altijd boven een bladpaar af. Dan groeit hij weer uit. En als je teveel hebt: droog het.

Hang een bosje munt ondersteboven op in een droge, luchtige ruimte. Binnen een week is het droog, en je kunt het bewaren in een potje. Dat duurt maanden. Wil je ook het hele jaar door verse basilicum kweken?

De grote fout die iedereen maakt

De grootste fout is: munt in de volle grond zonder enige beperking. Ik heb het gezien bij buren, bij vrienden, bij mensen op de tuinvereniging.

Ze planten één plantje, en binnen twee jaar is het een jungle. Dan vragen ze me: "Hoe krijg ik die weg?" En dan zeg je: graaf alles uit, verwijder elk stukje wortelstok, en begin opnieuw. Met potten. Munt is geen plant die je in de grond zet en dan vergeet.

Hij vraagt om beheer. Maar met de juiste aanpak — potten, bakken, of een goede wortelbarrière — kun je hem genieten zonder dat hij je tuin overneemt.

En dat is het doel, toch? Genieten van verse munt, zonder stress. Dus: begin klein, hou hem in de pot, en geniet. Dat is alles wat je moet weten.


Koos van der Zee
Koos van der Zee
Moestuinier en tuincoach

Koos runt al een aantal jaar een volkstuin en experimenteert graag met makkelijke groenten. Hij schrijft over wat in zijn eigen bakken werkt, zonder moeilijke theorie.

✓ Geverifieerd auteur ✓ Moestuinieren voor beginners
Koos van der Zee
Koos van der Zee
Moestuinier en tuincoach

Koos runt al een aantal jaar een volkstuin en experimenteert graag met makkelijke groenten. Hij schrijft over wat in zijn eigen bakken werkt, zonder moeilijke theorie.

Meer over Kruidentuin en eetbare bloemen

Bekijk alle 20 artikelen in deze categorie.

Naar categorie →
Lees volgende
Hoe leg je een kruidenspiraal aan in je tuin
Lees verder →