Bewatering en irrigatie

Hoeveel water heeft een moestuin per week gemiddeld nodig

Koos van der Zee Koos van der Zee
· · 5 min leestijd

Stel je voor: het is juli, de zon staat al uren op, en je staat daar met de tuinslang in je hand, twijfelend. Te veel water? Te weinig?

Inhoudsopgave
  1. De vuistregel die altijd geldt
  2. Grondsoort maakt het verschil
  3. Herken wanneer je planten dorst hebben
  4. Water geven: wanneer en hoe
  5. Wat regen telt mee
  6. Mulch: je geheime wapen
  7. Combinatieteelt en water
  8. Conclusie: vertrouw op voelen, niet op rekenen

Je sla krimpt, je tomaten barsten, en je denkt: er moet toch een simpel antwoord zijn? Nou, er is geen vast aantal liter per week dat voor ieden werkt. Maar er zijn wel een paar vuistregelen die je een stuk dichterbij brengen. En die wil ik met je delen.

De vuistregel die altijd geldt

Gemiddeld komt het neer op zo'n 2,5 tot 5 centimeter water per week. Dat is ruwweg 25 tot 50 liter per vierkante meter.

Maar — en dit is belangrijk — dat is een richtlijn, geen wet. Want jouw tuin is niet gemiddeld. Jouw grond is anders, jouw klimaat is anders, en jouw planten hebben op verschillende momenten verschillende dorst.

Wat me opvalt is dat de meeste beginners te veel water geven.

Ze zien een beetje droog zand en denken: die plant heeft dorst. Maar een beetje droog oppervlak betekent niet dat het onder de grond droog is. Steek je vinger in de aarde, tot aan de twee knokkel. Voelt het koel en licht vochtig aan? Dan is het goed.

Grondsoort maakt het verschil

Zandgrond trekt water door. Lichte, zanderige grond laat water snel door.

Dat betekent dat je vaker moet geven, maar minder per keer. Kleigrond houdt water vast. Zware klei kan weken vol zitten, en dan hoef je amper water te geven, maar als je eenmaal begint, duurt het lang voordat het weg is. Dat vind ik trouwens het moeilijkste onderdeel van moestuinieren: je grond leert kennen.

Na een seizoen weet je aanvoelen of je vroege aardappelen of late aardappelen meer water nodig hebben. Maar in het begin?

Zandgrond: vaker, minder

Dan moet je voelen. En dat kost tijd.

Op zandgrond geef je beter twee keer per week een goeie scheut, dan elke dag een beetje. De wortels moeten de kans krijgen om water op te nemen. Als je elke dag een beetje spuit, blijft het water in de bovenste laag staan, en de wortels groeien niet dieper.

Kleigrond: minder vaak, meer tegelijk

En dat wil je juist wel. Op klei kun je beter één keer per week flink water geven.

Laat het zakken, en wacht tot het oppervlak licht droog voelt. Dan weer geven. De wortels van je planten zitten dieper, en die hebben vocht nodig.

Planten hebben verschillende dorst

Sla en radijs hebben ondiep wortelstelsel. Die drogen snel uit, vooral bij warm weer. Geef die vaker water, maar niet te veel per keer. Tomaten en pompoenen hebben diepere wortels. Die kunnen wat langer, maar als ze eenmaal dorst hebben, willen ze een goeie dorstlesser.

En hier komt expertise om de hoek kijken: zaaitijdstippen van sla en radijs hangen samen met daglengte en nachtvorst. Als je vroeg zaait, groeien ze langzaam, en hebben ze minder water nodig. Maar als ze in volle groei staan bij lange dagen en warm weer? Dan drinken ze als koeien.

Herken wanneer je planten dorst hebben

Je hoeft geen sensor te kopen. Kijk naar de bladeren.

Lichtgroene of gele randen bij pompoenen? Dat kan voedingsgebrek zijn, maar ook te weinig water.

De plant kan geen voedingsstoffen opnemen zonder vocht in de grond. Bladluizen? Die houden van droog, stressig weer.

De vingerregel

Een simpele zeepsop-spray helpt, maar als je planten gezond en vochtig staan, hebben luizen het lastiger. Dat is trouwens een van die dingen die je leert door te doen: gezonde planten zijn minder vatbaar.

Steek je vinger in de grond, tot aan de tweede knokkel. Voelt het droog? Geef water. Voelt het vochtig? Laat het zitten. Zo simpel is het. En zo moeilijk is het ook, want je moet het blijven controleren.

Water geven: wanneer en hoe

's Ochtends vroeg is het beste. Dan hebben de planten de hele dag om het water op te nemen, en verdampen bladeren sneller. 's Avonds geven is minder ideaal — bladeren die nat blijven, geven schimmelkans.

Geef water bij de wortels, niet over de bladeren. Een gieter met een lange hals, of kies voor slimme bewatering en irrigatie als je dat kunt.

Druppelingen zijn ideaal: langzaam, diep, en de wortels groeien naar het water toe. Eerlijk gezegd?

Ik heb jarenlang met de tuinslang gestaan. Het werkt, maar je verspilt veel, en je raakt de bladeren. Nu gebruik ik een simpel druppelsysteem van Intratuin. Niet duur, wel effectief.

Wat regen telt mee

Regenwater telt gewoon mee in die 2,5 tot 5 centimeter per week.

Maar let op: een licht buitje van vijf millimeter is niet genoeg. Dat maakt alleen het oppervlak nat. Een goeie regenbui van twintig millimeter? Dat is een week water.

Hou een regenmeter bij. Niet per se een dure — een simpele plastic maatje uit de tuincentrum werkt prima. Zo weet je precies wat je tuin al heeft gekregen, en hoef je niet te gokken.

Mulch: je geheime wapen

Mulch is materiaal dat je op de grond legt om vocht vast te houden. Snippers, stro, of zelfs grasresten.

Een laag van vijf tot tien centimeter maakt enorm verschil. De grond droogt langzamer uit, en onkruid krijgt het lastiger.

En hier komt bodemverbetering om de hoek: eigen compost, gespreid over je bed, doet twee dingen. Het voedt de grond, en het helpt bij de optimale bewatering in zomer en herfst. Je hebt geen ingewikkelde compostbakken nodig. Een simpele hoop in de hoek, omgedraaid een paar keer per seizoen, werkt prima.

Combinatieteelt en water

Waarom aardappel en tomaat niet elkaars vrienden zijn? Beide zijn nachtschadefamilie, delen dezelfde ziekten, en — belangrijk voor water — ze concurreren om dezelfde voedingsstoffen en hetzelfde vocht in de bovenste grondlaag.

Als je ze naast elkaar zet, krijg je twee planten die elkaar uitdrogen.

Goede combinaties daarentegen helpen. Mais bij boon bij bijvoorbeeld: de boon fixeert stikstoot, de mais geeft schaduw. Minder verdamping, minder water nodig.

Conclusie: vertrouw op voelen, niet op rekenen

Er is geen exact aantal liter per week dat voor iedere tuin geldt.

Maar met deze vuistregels kom je verder: Gemiddeld 2,5 tot 5 centimeter per week.

Op zand vaker geven, op klei minder vaak maar meer tegelijk. Geef 's ochtends, bij de wortels, en controleer of je planten dorst hebben met je vinger. Hou regen bij, gebruik mulch, en leer je grond kennen. En de beste oogst?

Die eet je zelf. Ongeacht formaat. Maar goed bewaterde planten geven meer, en dat is toch een mooie motivatie om de vinger in de grond te steken.


Koos van der Zee
Koos van der Zee
Moestuinier en tuincoach

Koos runt al een aantal jaar een volkstuin en experimenteert graag met makkelijke groenten. Hij schrijft over wat in zijn eigen bakken werkt, zonder moeilijke theorie.

✓ Geverifieerd auteur ✓ Moestuinieren voor beginners
Koos van der Zee
Koos van der Zee
Moestuinier en tuincoach

Koos runt al een aantal jaar een volkstuin en experimenteert graag met makkelijke groenten. Hij schrijft over wat in zijn eigen bakken werkt, zonder moeilijke theorie.

Meer over Bewatering en irrigatie

Bekijk alle 20 artikelen in deze categorie.

Naar categorie →
Lees volgende
Hoe stel je druppelirrigatie in voor je moestuin
Lees verder →