De herfst staat voor de deur, en je moestuin zit nog vol met groenten die om aandacht vragen. Tomaten die nog wat groen hangen, pompoenen die net niet rijp zijn, en sla die je niet mag vergeten.
▶Inhoudsopgave
Maar laten we even inademen. Dit is geen race. De beste oogst is die je zelf eet, ongeacht formaat. Dus geen paniek — gewoon een plan.
Wat nu echt moet gebeuren
Begin met een rondje door je tuin. Kijk wat er hangt, ligt of nog groeit. Soms zie je dingen die je even vergeten was.
Een paar laatste tomaatjes achter een blad, een radijs die je over het hoofd hebt gezien. Neem ze mee.
Geen schuldgevoel, gewoon handelen. En hier geldt: perfectie is je vijand.
Een onkruidvrije tuin bestaat niet. Laat het leven toe. Wat je nu doet, is genoeg.
Tomaten: laat ze rijpen, maar niet te lang wachten
Tomaten willen graag wat zon, maar in de herfst wordt dat schaarser.
Als ze nog groen hangen en de nachten koeler worden, kun je ze binnen laten rijpen. Leg ze op een vensterbank of in een papieren zakje met een banaan — die geeft ethyleen af, een natuurlijk rijpingsgas. Binnen een week of tien zijn ze rood. Wat me opvalt is dat mensen vaak te lang wachten buiten.
Als de eerste nachtvorst aankomt, is het te laat. Hou de voorspelling in de gaten.
Zodra het onder de vijf graden dreigt, pluk je alles wat nog enigszins kleur heeft.
Pompoenen en courgettes: hoe weet je of ze klaar zijn?
Zelfs halfgroene tomaatjes zijn lekker in een soep of chutney. Bij pompoenen kijk je naar de steel. Als die hard is en begint uitdrogen, is de pompoen rijp.
Je kunt ook tikken — een holle klank betekent: klaar. Courgettes haal je voordat ze enorm worden. Een courgette van twintig tot dertig centimeter is ideaal.
Groter wordt taai, en dan heb je eigenlijk al te lang gewacht.
Eerlijk gezegd vind ik pompoenen een van de leukste dingen om te verbouwen. Ze vragen weinig, groeien hard, en je kunt ze maanden bewaren. Een koele, droge schuur is voldoende. Geen koelkast nodig.
Groenten die koud verdragen — en die niet
Niet alles gaat dood bij de eerste kou. Sla, spinazie, radijs en koolsoorten kunnen prima een nachtvorst doorstaan.
Zelfs beter: kool wordt soms iets naakter na een nachtje vriezen. De plant zet suikers aan als bescherming, en dat proef je.
Maar tomaat, paprika, courgette en boon? Die houden het niet uit. Die haal je binnen of oogst ze voor de vorst komt. Geen uitzondering. Je denkt misschien: zaaien in de herfst? Toch wel.
Sla en radijs kunnen nog, mits je het op het juiste moment doet. Heb je nog tomaten in de tuin? Leer dan ook hoe je tomaten op het juiste rijpheidspunt oogst.
Zaaitijdstippen en daglengte: waarom het nu nog uitmaakt
De daglengte wordt korter, en dat beïnvloedt hoe snel ze groeien. Radijs heeft bijvoorbeeld maar vier tot zes weken nodig. Als je nu zaait, oogst je nog in november.
Let op de nachtvorst. Onder de nul graden stopt bijna alles.
Maar boven de vijf graden? Dan groeit er nog iets.
Gebruik een klaproos of fleece om je jonge plantjes wat bescherming te geven. Simpel, goedkoop, effectief.
Bodemverbetering: begin nu voor volgend seizoen
Terwijl je oogst, kun je ook al aan de toekomst werken. Wil je bijvoorbeeld courgettes telen van zaad tot oogst? Bodemverbetering met eigen compost is eenvoudiger dan je denkt.
Je hebt geen ingewikkelde compostbak nodig. Een hoop bladeren, keukenafval en wat tuinaarde — en de natuur doet de rest. Wat ik zelf doe: ik gooi mijn koffiedruppel, eierschalen en groenteschillen gewoon op een hoop in een hoek van de tuin.
Na een paar maanden is het donker, kruimelrijk en klaar om te gebruiken.
Combinatieteelt: wie erbij past en wie niet
Geen poeha, gewoon doen. En als je het wat netter wilt: merken als Pokon en Ecopure hebben goede bodemverbeters die je direct kunt gebruiken. Maar eigen compost is — als je het mij vraagt — net zo goed. Soms beter, omdat je precies weet wat erin zit.
Als je volgend jaar opnieuw plant, denk dan even aan wie bij wie hoort. Aardappel en tomaat zijn bijvoorbeeld geen goede buren.
Ze trekken dezelfde ziekten aan, en dan heb je dubbel de problemen. Maar tomaat bij basilicum? Dat werkt goed. De gezellige geur van basilicum houdt soms witte vliegen op afstand.
Radijs bij sla is een ander voorbeeld van een goede combinatie. Ze groeien snel, delen geen ziekten, en je kunt ze dicht bij elkaar zaaien. Efficiënt en lekker.
Bladluizen en andere herfstproblemen
Bladluizen zijn niet alleen een zomerding. In de herfst komen ze soms terug, vooral als het nog mild is.
Een simpele zeepsop-spray lost veel op. Een scheutje afwasmiddel in een liter water, even schudden, en spuiten waar het nodig is. Geen chemie, geen gedoe.
Let ook op bladkleur bij pompoenen en courgettes. Geelrandige bladeren kunnen wijzen op voedingsgebrek, vaak magnesium of stikstof.
Een beetje compost of een organische meststof lost dat meestal op. Maar soms is het gewoon de tijd van het jaar. De plant is klaar.
Zaden: hoef je niet altijd duur te doen
En dat is ook prima. Zaden uit de supermarkt werken vaak prima.
Duurdere merken zijn geen vereiste, zeker niet voor beginners. Ik heb jaren met Zaadgoed gewerkt, en dat is een merk dat betrouwbaar is.
Maar de pakjes bij de supermarkt? Die doen het ook gewoon. Begin simpel. Als je meer ervaring hebt, kun je experimenteren met biologische of zaaibare zaden van Dille & Kamille of Intratuin. Dat vind ik trouwens een mooi principe: begin met wat je hebt.
Verbeter als je groeit. Geen druk, geen perfectie.
De laatste oogst: geniet ervan
De herfst is geen einde. Het is een overgang.
Je tuin rust even uit, en jij ook. Maar voordat je alles opruimt, neem de tijd voor die laatste oogst.
Die paar laatste tomaatjes, dat klompje radijsjes, de laatste courgette die je over het hoofd had gezien. Maak er iets lekkers van. Een soep, een salade, een potje chutney.
En als er te veel is: deel het. Met buren, vrienden, familie. Moestuinieren is geen race. Het is een ritme.
En de herfst is het begin van een nieuw hoofdstuk. Dus: ga erheen, kijk wat er is, en doe wat je kunt. Meer hoeft niet.